Van Vertrekken naar Aankomen

Gepubliceerd op 18 februari 2026 om 20:44

Een persoonlijke veldreis door migratie, familieverhalen en het vinden van je plek...

Soms zit Vertrek zo diep in je lijf en je familiegeschiedenis, dat je het niet eens meer opmerkt. Het is gewoon een deel van wie je bent. Tot je lijf protesteert. Of iemand je een inzicht aanreikt. En je er woorden en beelden bij begint te krijgen. En de verhalen zich voor je ontvouwen. In dit blog neem ik je mee in de gelaagde verhalen van vertrek uit mijn familiesysteem.

Het begin van een Veldreis

In mijn zoektocht -mijn veldreis- naar mijn oorsprong, naar de krachtbronnen waar ik uit kan putten, ben ik me opnieuw gaan verdiepen in en verbinden met de verhalen van mijn ouders, grootouders, mijn voorouders. Ik wilde die verhalen doorvoelen, ik wilde uitzoeken wat ze werkelijk betekenden. Voor de karakters in die verhalen, geplaatst in de tijd. En ik wilde doorvoelen welke echo’s van die verhalen er nog klonken in mijn eigen systeem. Want mijn verhaal gaat ten diepste over de vraag: “Waar hoor ik bij?”, “Waar mag ik leunen?”. En ik wilde weten waar die vragen vandaan komen, en hoe ik kon stoppen met mezelf constant diezelfde vragen stellen. Of er in ieder geval andere voor in de plaats te stellen.

De Weense kindertrein

Het eerste vertrekverhaal begint bij mijn Weense oma, de moeder van mijn moeder. Op haar zevende werd ze -zonder ouders- op de trein van Oostenrijk naar Nederland gezet. Op weg naar een land dat haar vreemd was, naar een wereld die zij niet kende. Ze ging niet vrijwillig, ze ging om te overleven. Het was vlak na de Eerste Wereldoorlog. Haar thuis, de stad Wenen, was kapot. Honger, armoede en de chaos na de oorlog hadden de stad verwoest. Geïnitieerd door humanitaire organisaties zoals het Rode Kruis, particuliere initiatieven en kerkelijke instellingen werden Weense kindertjes per trein naar veilige gastgezinnen in (onder andere) Nederland gebracht. In eerste instantie voor een korte periode, maar een aantal kinderen keerde niet meer terug naar Oostenrijk. Mijn oma was één van hen. Haar moeder stuurde haar uiteindelijk voorgoed weg - naar het Nederlandse gezin waar ze tijdelijk opgevangen was. Waarom? Misschien uit onmacht. Misschien dacht ze dat het beter was voor haar dochter. Maar het resultaat was dat mijn oma niet alleen migreerde, maar ook haar moeder, haar thuis en haar band met Oostenrijk verloor. Die pijn, dat verlies - leeft door, maar werd weggestopt, mocht er niet zijn.

De Limburgse Peel: wortelen op nieuwe grond

Mijn oma trouwde met een boerenzoon in Limburg. Uit liefde? Of gewoon: dit was wat het leven bood? Ze kreeg negen kinderen. Er kwam nóg een oorlog. Daarna werd mijn opa ziek en kwam te overlijden. Zo werd mijn oma weduwe op jonge leeftijd, met 9 kinderen, de jongste nog maar 3 jaar. Ook hier blijft het woord ‘overleven’ bij me hangen. Rug recht en doorgaan. Dat was hoe het werkte, voor velen zoals mijn oma. Maar door haar achtergrond, haar verplaatst-zijn, bracht het een extra lading en gelaagdheid met zich mee. Ze bleef in Limburg, maar of ze er werkelijk is aangekomen weet ik niet.
Mijn moeder groeide op in dit gezin als ‘nummer vier’ – gewoon een volgende in de rij. Een migrantenkind, de eerste generatie die geboren werd op nieuwe grond, grond die anders was dan de geboortegrond van haar moeder, haar oma en de moeders voor haar. Wat doet dat met je hechting, je binding met je geboorteplek? Op haar 16e vertrok ze uit huis, uit Limburg, naar Amsterdam. Misschien als vlucht. Misschien was het voor haar gewoon de enige weg. Vertrekken. Wat ik weet: ze wilde iets ánders dan wat haar moeder had. Ze werd verpleegkundige. Ze ontmoette mijn vader, een Surinaamse man, en kreeg mij. In die tijd en die context -een witte vrouw, een gekleurd kind, ongetrouwd- waren de oordelen hard, in haar geboortedorp. Daar ging ze dan ook niet graag naar terug. Soms wel, maar dan moest het ‘s avonds, via de achterdeur. Want ik was “anders”. En dat moest verborgen blijven. Een pijnlijke confrontatie tussen culturen. De cultuur van het dorp, die van de stad. Die van insluiten en uitsluiten. Mijn moeder verloor haar band met haar thuis, haar moeder… Een herhaling van patronen.

Het ondoordringbare regenwoud: de gelaagde grond van mijn vader

Mijn vader kwam uit Suriname. Ook zijn geschiedenis is er een waarin de echo’s van vertrek doorklinken. Zijn roots lopen vanuit Afrika, het koloniale slavernijverleden, vanuit Portugal, China, de contractarbeid, naar het land dat een conjunctie werd van vele stromen van migratie en verplaatsing. Mijn vader had een rusteloze ziel. Hij kon moeilijk blijven. Altijd klaar om te vertrekken. Hij had meerdere kinderen, bij verschillende vrouwen. Ik ben daardoor de jongste van 7 kinderen van mijn vader. Mijn ouders hebben nooit samen geleefd, mijn vader kwam en ging. Dat leek even te veranderen toen ik 12 was en we -als ‘gezin’- naar Suriname emigreerden. Maar ook daar kwam mijn vader niet tot rust. Hij bleef niet, weer niet. En mijn moeder was aangewezen op zichzelf, in een land en een cultuur die haar vreemd waren, die haar niet volledig insloten. Doordat de situatie langzaamaan onveiliger en instabieler werd, met eerst de Decembermoorden, daarna de Binnenlandse Oorlog, vluchtten we terug naar Nederland. Letterlijk met het laatste vliegtuig. Ik was 16. Ik huilde de hele vlucht. Alweer vertrekken.

Neerlanden in Nederland?

Terug op Nederlandse bodem paste ik mij aan. Het was een overlevingsstrategie. Mijn Surinaamse accent leerde ik snel af. Het benadrukte teveel mijn anders-zijn en bovendien was het een mikpunt van pesterijen. Ik stopte mijn Surinaamse deel weg en probeerde een gewoon Nederlands meisje te zijn. Maar dat werkte maar half. Ik hoorde er steeds nét niet bij. Ik voelde dat en ik kreeg het te horen. Het verwarde mij, want dit land was toch mijn thuis? Dus ik begreep niet waarom er tegen mij werd gezegd “Ga terug naar je eigen land!”. Ik voelde me verloren. Zoekend naar stabiliteit, naar bedding, naar rugdekking. Maar het leek alsof ik hier alles alleen moest doen. En dus deed ik dat maar. Alleen oplossen. Niet delen. Afsluiten. Van buiten mijn best doen en van binnen verscheurd, gefragmenteerd. Een masker, omdat kwetsbaarheid nou eenmaal een ding was waaraan ik -wij, de vrouwen uit mijn systemen van herkomst- niet deden. Ik was loyaal aan die systemen. Ik was trouw aan de boodschappen dat kwetsbaarheid gevaarlijk is, dat risico’s vermeden moeten worden, dat jezelf uitspreken uitsluiting, verstoting of erger kan betekenen. Ik hield me staande, achter dat masker. Maar het schuurde en schroeide onder mijn huid. Want die vragen: “Waar hoor ik bij?”, “Waar kan ik leunen?” bleven doorbonzen in mijn hoofd. “Nergens.”, was steeds het antwoord. En dus bleef ik vertrekken. Vanuit mijn lijf naar mijn hoofd. Vanuit verbinding naar afstand. Vanuit kwetsbaarheid naar controle. Zoals de generaties voor mij deden. Ik herkende de bewegingen, en zag ze terug in de familieverhalen die ik opnieuw ging onderzoeken. En pas toen ik de patronen begon te zien en te herkennen, voelde ik letterlijk de zwaarte van al dat vertrek. En begon het langzaam bij me door te dringen: misschien is het tijd om stil te staan. Om te stoppen met vertrekken. En om te onderzoeken wat het van mij vraagt om te blijven.

En dat is waar mijn reis naar aankomen werkelijk begon.

En nu?

Dit is de veldreis waar ik nu middenin zit. Van vertrekken naar aankomen. Leren blijven. Leren omgaan met het ongemak. De patronen doorbreken. Het is zoveel simpeler om me af te sluiten en terug te trekken van pijn, of afwijzing of kwetsbaarheid. Het is elke dag een oefening in bewustzijn van mijn automatismen. En iets anders doen dan mijn gewoonte is. Of was. Makkelijk is het niet. Maar het geeft me wel ruimte. Het brengt me meer bij mezelf. Het laat me meer thuiskomen bij mij. En dat brengt rust. En het maakt dat ik minder compromissen sluit, andere keuzes maak, betere grenzen voor mezelf stel en duidelijker ben in wat ik nodig heb, en wat ik kan geven.

Waarom ik dit deel

Ik deel dit omdat ik jarenlang met vragen heb rondgelopen waar ik geen antwoord op had. Een gevoel had van ontheemding, van net-niet ergens bij horen, van mezelf voortdurend moeten aanpassen. Door de verhalen van mijn ouders en grootouders opnieuw te onderzoeken, door ze te doorvoelen en in een transcultureel systemisch perspectief te plaatsen, begon ik langzaam te begrijpen waar dat gevoel vandaan kwam. En kon ik ook een ander licht werpen op mijn vragen.

Ik deel dit omdat ik weet dat ik niet de enige ben. Er zijn zoveel mensen met een migratiegeschiedenis, met dubbele of meervoudige roots, met familiesystemen vol onzichtbare vertrekbewegingen. Misschien herken jij iets in mijn verhaal, in het gevoel van steeds onderweg zijn, in het voortdurend vertrekken, in het zoeken naar een plek om neer te landen. Misschien draag jij ook verhalen mee die nooit helemaal verteld zijn. Door mijn verhaal te delen, hoop ik dat het jou uitnodigt om met zachtheid en nieuwsgierigheid naar je eigen systeem van herkomst en de verhalen die daar leven, te kijken. Doordat we verhalen delen, kunnen we verhelderen en verwerken wat ons systeem meedraagt. Kunnen we misschien zelf iets anders doorgeven. En ik deel dit ook, omdat ik heb geleerd dat het helend is om niet alleen te reizen, maar onderweg anderen te ontmoeten.


Reflectievragen

  • Ben jij gewend om alles alleen te doen? Wat zou er gebeuren als je dat patroon doorbreekt?
  • Welke boodschappen uit jouw familiesysteem over kwetsbaarheid, controle of overleven herken jij bij jezelf?
  • Welke verhalen uit jouw systeem vragen erom gehoord of gezien te worden?